Delfts Symphonie Orkest

Klassiek speelt bij DSO!

Toen Mozart en zijn tekstschrijver Lorenzo da Ponte in 1787 het verhaal over de rokkenjagende edelman Don Giovanni gebruikten als basis voor een opera waren ze bepaald niet de eersten, en evenmin de laatsten, die met dit verhaal aan de slag gingen. De legende ontstond aan het einde van de Renaissance en bereikte voor het eerst een afgeronde vorm in Spanje, waar Tirso de Molina in 1630 El burlador de Sevilla schreef. Daarna werd het verhaal nog talloze malen hergebruikt, o.a. door de beroemde Franse toneelschrijver Molière en vele mindere goden. Ook na Mozart hebben schrijvers en componisten het aloude thema als uitgangspunt voor hun werk genomen. Maar de opera van Mozart geldt toch als absoluut hoogtepunt dat alle overige pogingen in de schaduw stelt.

Het gehele verhaal uiteenzetten voert hier te ver maar het komt in grote lijnen hier op neer. De genotzuchtige edelman Don Giovanni doet in het verhaal een aantal pogingen om twee vrouwen te verleiden, wat leidt tot allerlei verwikkelingen met de desbetreffende dames en de mannen in hun omgeving (de vader van de ene en de verloofden van beiden). Daarbij wordt hij ook nog achterna gezeten door een wraakzuchtige ex-minnares. Bij zijn daden wordt hij geassisteerd door zijn niet altijd even gewillige knecht Leporello. Uiteindelijk krijgt hij bezoek van het tot leven gekomen standbeeld van de vader van één van de vrouwen die hij geprobeerd heeft te verleiden en die hij in een duel gedood heeft. Het standbeeld kondigt aan dat het uur van zijn dood geslagen heeft en geeft hem nog één kans om berouw te tonen, zodat hij zijn ziel kan redden. De hooghartige Don weigert beslist, waarna de hel zich voor hem opent en demonen hem meevoeren.

Don Giovanni is de tweede van de drie opera's die Mozart maakte in samenwerking met Lorenzo da Ponte en wordt door velen beschouwd als de beste opera die Mozart geschreven heeft. Dit komt enerzijds door het fascinerende verhaal waarin vooral de dubbelzinnigheid van de karakters van de hoofdpersonen opvalt, anderzijds door de prachtige muziek. Een bijzonder detail bij de totstandkoming van het stuk is de betrokkenheid van een "ervaringsdeskundige": de legendarische Venetiaanse avonturier en rokkenjager Giacomo Casanova. Zijn precieze rol is niet helemaal duidelijk, maar er zijn in zijn nalatenschap papieren gevonden met teksten uit de opera in de handschriften van Mozart, Da Ponte en hemzelf. Het is daarom zeer waarschijnlijk dat hij bij het ontstaansproces van de opera betrokken is geweest, al was het maar als adviseur. Casanova's omgang met vrouwen was trouwens in vele opzichten anders dan die van Don Giovanni: laatstgenoemde zette zijn minnaressen na bewezen diensten bij het oud vuil, terwijl Casanova goede relaties wist te bewaren met al zijn exen. Ook hun levenseinde verschilt nogal. Casanova sleet zijn laatste jaren als een oude moralistische zeurpiet, terwijl Don Giovanni met opgeheven hoofd en zonder zijn libertijnse idealen te verloochenen het hellevuur instapt.

De ouverture tot de opera bestaat uit twee in elkaar overgaande delen: een langzame inleiding en een snel deel in sonatevorm, die zeer tegengesteld in karakter zijn. De inleiding is zeer dreigend en dramatisch, en wijst vooruit naar de ontknoping van het verhaal: de ontmoeting tussen Don Giovanni en het tot leven gekomen standbeeld, dat hem komt aanzeggen dat zijn laatste uur geslagen heeft en hem tevergeefs oproept om boete te doen voor zijn daden. Deze scène is een van hoogtepunten in het oeuvre van Mozart en eigenlijk het hele operarepertoire. De ouverture gebruikt de belangrijkste thema's uit deze scène. Het snelle deel is daarentegen licht en vrolijk, en weerspiegelt enerzijds de energie, anderzijds de lichtzinnigheid van de hoofdpersoon. Wanneer de ouverture als afzonderlijk werk wordt uitgevoerd is het oorspronkelijke slot enigszins aangepast. Als onderdeel van de opera loopt de ouverture namelijk naadloos over in het begin van de eerste akte, zodat er geen afgerond einde is.