Delfts Symphonie Orkest

Klassiek speelt bij DSO!

“Dit stuk gaat in wezen over de geslachtsdaad; dat is de reden waarom het het enige klassieke muziekstuk is dat jongeren interessant vinden””. Dit merkte een commentator ooit zurig op over Ravel’s Bolero . En inderdaad , de langzame, onverbiddelijke opbouw naar een luidruchtig hoogtepunt wekt bij veel mensen bepaalde associaties op. De erotische connotatie is niet alleen het resultaat van een oververhitte verbeelding. Ravel schreef zijn Bolero oorspronkelijk als muziek bij een ballet van een goede vriendin, de choreografe Bronislava Nijinska. In dat ballet danst een zigeunerin op een tafel in een Spaans café een Bolero, omringd door steeds opgewondener rakende mannen…

Ravel echter was naar verluid een kuise man en beperkte zich in zijn uitlatingen over het stuk strikt tot muzikaal-technisch commentaar. Voor de componist was de Bolero in de eerste plaats een experiment . Ieder muziekstuk van een zekere lengte heeft een bepaalde mate van afwisseling nodig om interessant te blijven. Ravel wilde proberen of hij die afwisseling in voldoende mate kon bereiken door alleen de instrumentatie te variëren. De opbouw van het stuk is uiterst simpel: er zijn twee thema’s die elkaar voortdurend afwisselen , waarbij het thema telkens door een ander instrument of groep instrumenten gespeeld wordt. De enige verrassing zit helemaal aan het eind, wanneer de muziek plotseling voor de duur van een paar maten van toonsoort wisselt, om uiteindelijk toch weer in het oude vertrouwde patroon terug te keren.

De Bolero is vanaf het begin een enorm publiekssucces geweest, tot verbazing en ergernis van de componist, die niet geheel ten onrechte vond dat hij wel betere stukken had geschreven die de aandacht meer verdienden. Het is een stuk met voor het orkest bijzondere uitdagingen: vanwege de voortdurende herhaling is het moeilijk om de concentratie vast te houden; anderzijds wordt het stuk gevreesd vanwege de voor enkel e spelers zeer riskante solo’s